Er gelden voor een groot aantal vergoedingen en verstrekkingen extra criteria. Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen zijn alleen vrijgesteld van belastingheffing als zij aan die specifieke criteria voldoen. Weer andere vergoedingen of verstrekkingen zijn alleen onbelast tot een bepaald bedrag of worden juist tot een bepaald bedrag belast en zijn daarboven vrijgesteld. In dit artikel treft u een overzicht aan van de bijzondere regels die gelden voor de vrijstelling van bepaalde posten.
- Bijzondere regels voor bepaalde posten
- Werkruimte in de woning van de werknemer
- Telewerken
- Telefoon- en internetregeling
- Muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschap, computers, beeldapparatuur en andere dergelijke apparatuur
- Vakliteratuur
- Kleding
- Persoonlijke verzorging
- Representatie
- Personeelsreizen, -feesten en andere incidentele personeelsvoorzieningen
- Bedrijfsfitness
- Personeelsverenigingen
- Producten uit het eigen bedrijf van de werkgever
- Consumpties tijdens werktijd
- Maaltijden in bedrijfskantines
- Maaltijden met een zakelijk karakter
- Therapeutisch mee-eten
- Bewassing, energie en water
- Inwoning
- Huisvesting aan boord van schepen en baggermateriaal, op boorplatforms en in kermiswagens
- Vrij wonen
- Tijdelijke huisvesting van de werknemer buiten zijn woonplaats
- Verhuiskosten
- Vrij reizen, fiets en reiskosten
- Cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke
- Opleidingen
- Outplacement
- Premies voor een ongevallenverzekering
- Personeelsleningen
- Geldboeten
- Misdrijven
- Modelovereenkomst telefoon
- Modelbrief waardering mobiele telefoon
- Vraag en antwoord Geldboeten
- Vraag en antwoord Voordeelbedrag door werkgever verstrekte maaltijd
Voor een groot aantal vergoedingen en verstrekkingen bestaan nadere voorschriften. Bepaalde vergoedingen en verstrekkingen zijn alleen vrijgesteld als zij aan zekere voorwaarden voldoen. Andere vergoedingen of verstrekkingen zijn slechts vrijgesteld tot een bepaald bedrag of worden juist tot een bepaald bedrag belast en zijn daarboven vrijgesteld.
Bijzondere regels voor bepaalde posten
De bijzondere regels voor bepaalde posten kunnen worden gezien als een invulling van de algemene regel voor vrijstelling van een vergoeding of verstrekking. Deze algemene regel houdt in dat een vergoeding of verstrekking voor vrijstelling in aanmerking komt als deze:
- geschiedt met het oog op een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking; of
- naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel wordt ervaren.
Meer over de voorwaarden voor vrijstelling leest u in Vrije vergoedingen en verstrekkingen.
De algemene regel geldt ook als de vergoeding of verstrekking betrekking heeft op een post waarvoor een bijzondere regel bestaat. Wordt aan de bijzondere regel voldaan, dan kan toetsing aan de algemene regel verder achterwege blijven. Verondersteld wordt dan dat met het voldoen aan de bijzondere regel ook aan de algemene regel is voldaan. Wordt aan de bijzondere regel voldaan, dan is de vergoeding of verstrekking vrijgesteld.


Redelijkheidscriterium
Voor bepaalde posten met een gemengd karakter is voor de algemene regel het redelijkheidscriterium in de plaats gesteld. Dit geldt onder meer bij vergoeding of verstrekking van een muziekinstrument. Hierdoor kan bijvoorbeeld een garagehouder niet belastingvrij een muziekinstrument aan een van zijn monteurs vergoeden of verstrekken.
Er wordt hier nadrukkelijk op gewezen dat als een verstrekking niet volledig is vrijgesteld, de belastbare waarde moet worden vastgesteld volgens de regels voor loon in natura. Voor de bepaling of een verstrekking is vrijgesteld, zal steeds van de waarde ervan in het economisch verkeer moeten worden uitgegaan.
Werkruimte in de woning van de werknemer


Kostenvergoeding werkruimte bij ondernemer thuis
- Een vergoeding voor de kosten van een werkruimte in de woning van de werknemer is in de regel volledig belast. Alleen onder bepaalde voorwaarden is deze belastingvrij.
- De voorwaarden verschillen naar gelang de werknemer beschikt over werkruimte elders of niet. Beschikt de werknemer naast een werkruimte in zijn woning ook nog over werkruimte in bijvoorbeeld het kantoor van de werkgever, dan is de vergoeding slechts belastingvrij als hij ten minste 70% van zijn totale arbeidsinkomen in de werkruimte in de woning verdient. Beschikt hij niet over werkruimte elders, dan is de vergoeding belastingvrij indien hij ten minste 70% van zijn totale arbeidsinkomen in of vanuit de werkruimte in de woning verdient en bovendien ten minste 30% ervan in de werkruimte in de woning.
- De werkruimte moet aan het zelfstandigheidscriterium voldoen. Dit houdt in dat de werkruimte een zelfstandig gedeelte moet vormen van de eigen woning (bijvoorbeeld een ruimte met een eigen opgang of ingang). Is er sprake van een (slaap)kamer op de bovenverdieping van de woning, dan is deze niet te kwalificeren als zelfstandige werkruimte en dus kan er geen onbelaste vergoeding worden betaald, ongeacht of hij aan het inkomenscriterium voldoet.
- Als aan alle voorwaarden wordt voldaan, is de vergoeding slechts beperkt belastingvrij. De vrijstelling bedraagt namelijk ten hoogste:
- 20% van de jaarlijkse huur als de werknemer in een huurwoning woont; of
- 20% van de economische huurwaarde als de werknemer een eigen woning heeft. Die huurwaarde hangt af van de waarde van de woning. Deze bedraagt bij een WOZ-waarde van de eigen woning van (bedragen 2010):
| Meer dan
| Maar niet meer dan (op jaarbasis)
| Huurwaarde
|
| –
| € 12.500
| 0,75% van deze waarde maar niet minder dan € 100
|
| € 12.500
| € 25.000
| 0,95% van deze waarde
|
| € 25.000
| € 50.000
| 1,05% van deze waarde
|
| € 50.000
| € 75.000
| 1,15% van deze waarde
|
| € 75.000
| € 1.010.000
| 1,30% van deze waarde
|
| € 1.010.000
| –
| 1,45% van deze waarde
|
- Voor de inrichting is in geval van telewerken (zie hierna) een vrije vergoeding van € 1.815,– toegestaan.
- Het bedrag van de vrijstelling wordt geacht alle overige kosten van de werkruimte in de woning van de werknemer te dekken. Het is dus niet mogelijk om naast de belastingvrije vergoeding nog een afzonderlijke onbelaste vergoeding te geven voor bepaalde kosten in verband met de werkruimte, zoals energiekosten.
- De beperking voor belastingvrije vergoedingen van een werkruimte bij een werknemer in huis geldt niet alleen voor kantoorruimten. Het begrip werkruimte omvat meer dan kantoorruimte. Ook de behandelkamer van een fysiotherapeut of het atelier van een kunstenaar valt er bijvoorbeeld onder. De kosten hiervan kunnen dus eveneens alleen maar beperkt belastingvrij worden vergoed.
- De beperking geldt alleen maar voor kosten die verband houden met een werkruimte in de woning van de werknemer. Heeft een werknemer zelf buiten zijn woning werkruimte gehuurd of gekocht, dan kunnen de kosten hiervan volledig onbelast worden vergoed. Verder mag het belaste deel van een vergoeding voor werkruimte in de woning van de werknemer worden verminderd met de daarop betrekking hebbende kosten die voor diens rekening blijven.
- De beperking voor belastingvrije vergoedingen van een werkruimte in de woning van de werknemer geldt ook voor verstrekkingen. Hiervan is sprake als een werkgever de kosten van de inrichting van een werkruimte bij de werknemer thuis rechtstreeks betaalt. Voor zover de waarde van de verstrekking belast is, mag een eigen bijdrage van de werknemer hierop in mindering worden gebracht.
Telewerken


Kostenvergoedingen telewerken
- De beperking voor belastingvrije vergoedingen van een werkruimte bij een werknemer in huis geldt niet voor inrichtingskosten die worden gemaakt om een werknemer in staat te stellen thuis te werken met behulp van telematica. Hiervoor kan een afzonderlijke vergoeding worden gegeven naast de vergoeding voor een werkruimte thuis, die belastingvrij is als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. De bedoeling van de vrijstelling is om het woon-werkverkeer te beperken door het telewerken te stimuleren.
- Om voor de vrijstelling in aanmerking te komen moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:
- De waarde van de inrichting in het economisch verkeer mag over een periode van vijf jaar in totaal niet meer zijn dan € 1.815,–. Is de waarde hoger dan € 1.815,–, dan is het meerdere belast.
- De werknemer moet ten minste één dag per week op de gebruikelijke werkuren voor de werkgever thuis werken.
- De werknemer moet dit werk met behulp van telematica verrichten. Dit betekent dat in de werkruimte thuis in ieder geval een computer en modem aanwezig moeten zijn, waardoor met het kantoor of de bedrijfsruimte van de werkgever kan worden gecommuniceerd.
- De inrichting van de werkruimte moet in overeenstemming zijn met de arbowetgeving.
- Werkgever en werknemer moeten hun afspraken omtrent het telewerken schriftelijk vastleggen in een gedateerde overeenkomst. Deze overeenkomst moet in ieder geval de naam en het adres van de werkgever en de werknemer bevatten en de dag of dagen in de week waarop de werknemer thuis werkt.
- Onder dezelfde voorwaarden kan een werkgever de werknemer ook de inrichting van een werkruimte thuis verstrekken.
Telefoon- en internetregeling


Telefoon- en internetregeling
- De vergoedingen en verstrekkingen voor de privételefoon en internet zijn onbelast als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor meer dan 10% zakelijk gebruikt. Datzelfde geldt voor een tweede telefoonaansluiting, een ISDN-aansluiting of een mobiele telefoon. Deze telefoon- en internetregeling geldt voor telefoon, internet en 'dergelijke communicatiemiddelen'.
- Onder 'dergelijke communicatiemiddelen' worden apparaten verstaan met de uiterlijke kenmerken van een mobiele telefoon die tevens bruikbaar zijn voor andere functies dan mondelinge communicatie. Voorbeelden daarvan zijn de zogenoemde smartphone en de BlackBerry. Dergelijke apparaten hebben de uiterlijke kenmerken van een mobiele telefoon. Het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer.
- Als de werknemer de internet- of telefoonaansluiting voor 10% of minder zakelijk gebruikt, is de vergoeding of verstrekking loon voor alle loonheffingen (loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen én de inkomensafhankelijke premie voor de Zorgverzekeringswet). De waarde van dit loon moet als volgt worden bepaald:
- Bij vergoeding is de hele vergoeding loon.
- Bij verstrekking is de waarde van de verstrekking in het economisch verkeer loon.
- Als de werkgever internet of telefoon aan de werknemer ter beschikking stelt (bijvoorbeeld een mobiele telefoon van de zaak), gelden dezelfde regels. Bij 10% of minder zakelijk gebruik is het loon gelijk aan het bedrag van de kosten die de werkgever maakt. Dit zijn onder meer de abonnements- en afschrijvingskosten.


Uitzondering internet en telefoon bij mobiele apparaten
De regeling voor internet en telefoon geldt niet voor mobiele apparaten met een computer- en telefoonfunctie waarvan de telefoonfunctie ondergeschikt is. Denk hierbij aan pocket-pc's, mini-notebooks en navigatieapparatuur. Hiervoor gelden de regels voor computers en bijbehorende apparatuur.
Muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschap, computers, beeldapparatuur en andere dergelijke apparatuur


Kostenvergoeding muziekinstrumenten, geluidsapparatuur, gereedschap, computers, beeldapparatuur en andere dergelijke apparatuur
- Een werkgever kan aan een werknemer de kosten van:
- beeldapparatuur;
- geluidsapparatuur;
- muziekinstrumenten;
- gereedschap;
- tekstverwerkers;
- computers;
- schrijf- en rekenmachines; en
- andere dergelijke apparatuur;
alleen belastingvrij vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen als de apparatuur voor 90% of meer zakelijk wordt gebruikt. Zowel de door de werknemer gemaakte kosten van aanschaffing als van gebruik van de apparatuur komen voor een belastingvrije vergoeding in aanmerking. Met betrekking tot de aanschaffingskosten geldt de beperking dat als deze meer dan € 450,– bedragen, de werkgever jaarlijks slechts de afschrijving belastingvrij mag vergoeden. Hetzelfde geldt als de apparatuur voor meer dan één jaar van belang is. Als de werkgever de apparatuur niet vergoedt maar verstrekt, is de vrijstelling van overeenkomstige toepassing.
- Voor de vrijstelling geldt uitdrukkelijk als voorwaarde dat de werkgever de apparatuur alleen mag vergoeden als de apparatuur voor ten minste 90% zakelijk wordt gebruikt. De waarde van ter beschikking gestelde computer die minder dan 90% zakelijk wordt gebruikt, bedraagt in het eerste, tweede en derde jaar van ingebruikneming 30% van de waarde van de computer op het moment van eerste ingebruikneming. Na het derde jaar wordt het genot op nihil gesteld.
- Computers en bijbehorende apparatuur vallen ook onder deze regeling. Als de apparatuur meerdere jaren gebruikt kan worden, mag maximaal het bedrag van de jaarlijkse afschrijving onbelast worden vergoed. Als de kostprijs inclusief btw minder is dan € 450,–, mag het hele bedrag ineens onbelast worden vergoed. Het zakelijke gebruik van de bijbehorende apparatuur moet wel apart worden getoetst als deze apparatuur geheel of gedeeltelijk zelfstandig kan worden gebruikt en niet snel kan worden aangenomen dat deze voor 90% of meer zakelijk gebruikt wordt. Dit betekent bijvoorbeeld dat een digitale camera meestal niet belastingvrij kan worden vergoed of beschikbaar kan worden gesteld.


In een keer onbelast vergoeden of verstrekken
U kunt de gehele apparatuur echter wel in één keer onbelast vergoeden of verstrekken als u en uw werknemer overeenkomen dat de werknemer verplicht is tot vergoeding van het gebruik anders dan voor de dienstbetrekking. Als de dienstbetrekking bijvoorbeeld na twee jaar wordt beëindigd, zal de werknemer de waarde die de apparatuur dan heeft, aan u moeten vergoeden. Als u hiervan afziet, moet die waarde alsnog tot het loon worden gerekend.
Vakliteratuur
Vakliteratuur kan onbelast worden vergoed of verstrekt, mits de vergoeding of verstrekking de redelijkheid niet te boven gaat. De wet bepaalt dit uitdrukkelijk. Omtrent andere literatuur, zoals oorspronkelijke Nederlandstalige romans voor een leraar Nederlands, bevat de wet geen afzonderlijke bepaling. Zulke literatuur zal belastingvrij kunnen worden vergoed of verstrekt als aan de algemene voorwaarden daarvoor wordt voldaan. Tot 2001 was een belastingvrije vergoeding of verstrekking van algemene literatuur niet mogelijk.
Kleding


Kostenvergoeding kleding
- Kosten van werkkleding kunnen onbelast worden vergoed als deze aan een van beide volgende eisen voldoet. De kleding is:
- uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is om bij het werk te dragen, bijvoorbeeld een overall of een uniform;
- voorzien van een of meer duidelijk zichtbare, aan de werkgever gebonden logo's met een gezamenlijke oppervlakte van ten minste 70 cm2.
- Kleding als arboverstrekking (kleding met bijzondere eigenschappen, zoals isolerend ondergoed voor monteurs in de buitendienst en veiligheidsschoenen voor de timmerman), die in redelijkheid deel uit kan maken van een arboplan en die overwegend tijdens de werktijd wordt gebruikt, kan de werkgever vrij verstrekken en vergoeden.
- De wet bevat naast de vrijstelling voor werkkleding en arbokleding nog een vrijstelling voor de verstrekking van andere kleding die op de werkplek blijft. Vrije vergoedingen voor dergelijke kleding zijn niet toegestaan. Het moet gaan om kleding die uitsluitend tijdens het werk wordt gedragen en die na werktijd op de arbeidsplaats (maar buiten de woning van de werknemer) wordt achtergelaten.
- Is er sprake van kleding als een product uit eigen bedrijf, dan kan de werkgever de kleding onder voorwaarden gedeeltelijk belastingvrij vergoeden of verstrekken.
- Voor overige kleding geldt sinds 7 december 2005 dat een werkgever deze niet vrij kan vergoeden of verstrekken. Hierbij is niet van belang of de werknemer al dan niet verplicht is om de kleding tijdens zijn werkzaamheden te dragen.
Persoonlijke verzorging
Kosten van persoonlijke verzorging, zoals uitgaven voor de kapper, een schoonheidssalon of massage, kunnen niet belastingvrij worden vergoed. Artiesten, presentatoren en beroepssporters kunnen echter wél een onbelaste vergoeding ontvangen. Dit geldt ook voor verstrekkingen van persoonlijke verzorging.
Representatie
Een werkgever kan alle kosten die een werknemer maakt voor representatie, belastingvrij vergoeden, mits redelijk. Dat doet zich voor als de werkgever de kosten van representatie van de werknemer rechtstreeks betaalt. Het begrip 'representatie' moet ruim worden opgevat. Eronder vallen recepties, feestelijke bijeenkomsten, giften, relatiegeschenken en vermaak.
Personeelsreizen, -feesten en andere incidentele personeelsvoorzieningen
Als een werkgever voor zijn werknemers een personeelsfeest of een ander -evenement, zoals een personeelsuitstapje of een -sportdag, organiseert, kan hierin een beloning in natura worden gezien. Maar de wet voorziet in dit geval in een vrijstelling als aan bepaalde voorwaarden is voldaan. De vrijstelling geldt zowel voor vergoedingen als verstrekkingen. In de regel zal het om verstrekkingen gaan. Bij vergoedingen valt te denken aan vergoedingen van toegangsbewijzen voor een voorstelling.


Kostenvergoeding personeelsreizen, -feesten en andere incidentele personeelsvoorzieningen
- Voorwaarde voor de vrijstelling is dat ten minste driekwart van alle werknemers die behoren tot een organisatorische of functionele eenheid van de werkgever daaraan kan deelnemen. Wordt aan deze voorwaarde voldaan, dan is de vrijstelling de laagste van de volgende twee bedragen:
-
De waarde van de voorziening in het economisch verkeer
Dit is het bedrag dat de werknemer zou moeten betalen voor de deelneming aan het evenement als een willekeurige ander dit organiseerde.
-
Het bedrag van de kosten die rechtstreeks verband houden met het evenement
Deze kosten kunnen lager zijn doordat de werkgever het evenement tegen lagere kosten kan organiseren dan de werknemer individueel. Te denken valt aan de huur van bussen voor een personeelsuitstapje of de prijs die de werkgever afspreekt voor de organisatie van een feestavond in een restaurant. Bij de bepaling van de kosten moeten de bijzondere regels voor de vrijstelling van bepaalde posten, zoals van inwoning en maaltijden, in acht worden genomen.
Bedrijfsfitness
Als een werkgever zijn werknemers de mogelijkheid tot bedrijfsfitness biedt, is de waarde hiervan in principe loon. Bedrijfsfitness is onbelast als:
- de deelname aan de bedrijfsfitness openstaat voor ten minste 90% van de werknemers (of 90% van alle werknemers met dezelfde arbeidsplaats als die niet is gelegen in de woning van één van deze werknemers); en
- de plaats van de bedrijfsfitness voldoet aan drie voorwaarden, te weten:
- De fitness vindt plaats in een vestiging van het bedrijf of de instelling.
- De fitness vindt plaats in een fitnesscentrum dat voor alle werknemers van het bedrijf of de instelling is aangewezen.
- Er is een overeenkomst met één fitnessbedrijf op grond waarvan alle werknemers van het bedrijf of de instelling kunnen fitnessen in elke vestiging van dat fitnessbedrijf.


Bedrijfsfitness
Als uw organisatie meerdere vestigingen heeft, gelden de voorwaarden b en c per vestiging.
Als de fitness niet aan de genoemde voorwaarden voldoet, moet de waarde van de fitness belast worden volgens de algemene regels voor loon in natura. De regeling voor bedrijfsfitness geldt niet als alleen de dga en zijn eventuele partner gebruikmaken van de bedrijfsfitness.
Personeelsverenigingen


Kostenvergoeding personeelsvereniging
- De werkgever hoeft contributies of bijdragen aan de personeelsvereniging niet tot het loon te rekenen als aan de volgende twee voorwaarden wordt voldaan:
- De vereniging heeft als doel en feitelijke werkzaamheden het organiseren van incidentele activiteiten en ondergeschikte voorzieningen voor de werknemers.
- De deelname aan de vereniging moet openstaan voor ten minste driekwart van de werknemers of voor ten minste driekwart van de werknemers met dezelfde arbeidsplaats.
- De belastingdienst geeft de volgende voorbeelden van incidentele activiteiten of ondergeschikte voorzieningen: een gezamenlijk bezoek aan een theater eens per kwartaal, de organisatie van een sinterklaasfeest of het bedingen van een kwantumkorting voor vakantiehuisjes, zonder dat de vereniging daarvoor iets betaalt. Volgens de belastingdienst zijn de volgende voorbeelden géén incidentele activiteiten of ondergeschikte voorzieningen: het vergoeden of verstrekken van een seizoenkaart voor het theater of het gratis aan de werknemer ter beschikking stellen van een vakantiehuisje dat de vereniging huurt.
- Als de vereniging niet voldoet aan de voorwaarden, moet de werkgever de contributie die de werkgever vergoedt of voor zijn rekening neemt, nog steeds tot het loon rekenen.
Producten uit het eigen bedrijf van de werkgever
Als werknemers producten uit het bedrijf tegen kostprijs kunnen kopen, hebben deze werknemers een voordeel ter hoogte van het verschil tussen de normale winkelprijs en de kostprijs. In principe is dit voordeel loon. Er geldt een speciale vrijstellingsbepaling voor personeelskortingen.


Vrijstellingsbepaling kostenvergoeding aanschaf producten uit bedrijf
Een vrije genieting op producten uit het bedrijf van de werkgever van maximaal 20% van de waarde in het economisch verkeer tot een maximum van € 500,– korting per kalenderjaar (2010). Ongebruikte vrijstelling kan onder voorwaarden worden opgespaard. Als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan, kan de door de werknemer genoten korting belastingvrij blijven:
- Het moet gaan om producten van de werkgever of een daarmee verbonden vennootschap.
- Het moeten branche-eigen producten zijn. 1 en 2 betreffen geen nieuwe bepalingen: deze golden ook onder de oude regeling.
- De korting mag niet meer bedragen dan 20% van de waarde in het economisch verkeer.
- De korting bedraagt per kalenderjaar niet meer dan € 500,–; als de vrijstelling niet wordt gebruikt, kan deze worden opgespaard tot maximaal € 1.500,– per drie jaar.
- De waarde in het economisch verkeer zal in veel gevallen een detailhandelverkoopprijs, inclusief omzetbelasting, zijn. Het gaat daarbij om de laagste prijs die door een inhoudingsplichtige werkgever – ongeacht of hij zijn product wel of niet rechtstreeks aan particulieren verkoopt – voor het product in de markt kan worden gevonden.
- Ook op internet gehanteerde prijzen zijn mogelijk. Prijzen van producten van buiten de eigen regio kunnen worden gehanteerd, maar moeten voor het vaststellen van de waarde in het economisch verkeer onder omstandigheden wel worden verhoogd met de te maken kosten voor verzending en dergelijke die nodig zijn bij het kopen buiten de eigen regio.
- Bij producten uit eigen bedrijf in concernverband is de waarde in het economisch verkeer bepalend voor de toepassing van de regeling. Als werknemers met een kortingspasje in een winkel van het concern tegen groothandelsprijs kunnen kopen, moet de werkgever uitgaan van de waarde in het economisch verkeer.
- In de oude regeling bestond het criterium dat de hoeveelheid met korting gekochte producten niet groter mocht zijn dan de voor de werknemer gebruikelijke gezinsconsumptie. Dit criterium is vervallen en vervangen door een plafond van € 500,–, waarboven de vergoedingen en verstrekkingen belast zijn.
- Voor situaties waarin behoefte bestaat aan een vrije korting voor relatief dure producten, geldt een zogenoemde spaarvariant. Niet-gebruikte ruimte tot het plafond mag in de twee daaropvolgende jaren worden gebruiken. De niet-gebruikte ruimte kan het geheel, maar ook een deel van de ruimte tot het plafond zijn. Het plafond wordt aldus verhoogd tot € 1.000,– of € 1.500,–, mits:
- de dienstbetrekking gedurende deze twee of drie kalenderjaren bestaat; en
- voor zover de werknemer in deze jaren niet gebruikmaakt van de genoemde vrijstelling.


20%-regeling
Het maximumpercentage van 20 geldt per product. De werkgever moet dus per product nagaan of de verleende korting binnen dit maximumpercentage blijft. Het is dus niet toegestaan om een gemiddelde korting van 20% te verlenen.


Afspraken over waarde
De inspecteur is bevoegd om afspraken te maken met de werkgever over wat de te hanteren waarde in het economisch verkeer moet zijn en de wijze van administreren van de verstrekte kortingen.


Korting hoger dan jaarmaximum
Als de korting van een jaar hoger is dan het jaarmaximum, wordt eerst de nog aanwezige ruimte van het voorgaande jaar benut en vervolgens de ruimte van het jaar daarvoor.


Korting hoger dan jaarmaximum
Een boekhandel biedt de werknemers de mogelijkheid om boeken tegen inkoopprijs te kopen. Als een werknemer in een jaar dertig boeken koopt waarvan de vaste verkoopprijs in de winkel in totaal € 500,– is, bedraagt de maximale onbelaste korting € 100,– (20% van € 500,–). Geniet de werknemer meer korting dan de maximale onbelaste korting, dan is het verschil belast als loon.
Stel dat de inkoopprijs van die boeken voor de boekhandel 'slechts' € 285,– is, dan geniet de werknemer een daadwerkelijke korting van € 215,– (€ 500,– – € 285,–). Het verschil tussen de daadwerkelijke korting van € 215,– en de maximale onbelaste korting van € 100,–, te weten € 115,–, is belast loon.
Regeling producten uit eigen bedrijf…
Een uitgever van een dagblad verstrekt een kwartaalabonnement op een krant aan werknemers die de krant gebruiken voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. De krant is voor hen geen vakliteratuur. Met statistische informatie kan de werkgever aannemelijk maken dat vergelijkbare personen € 30,– aan kranten besteden. De krant is een product uit eigen bedrijf. De normale prijs voor een kwartaalabonnement op deze krant is € 55,–. De werknemers betalen een eigen bijdrage van € 20 per kwartaal.
De werknemers genieten dus een korting van 63%. Als uitsluitend de regeling voor producten uit eigen bedrijf zou worden toegepast, zou de maximale korting van 20% van € 55,–, dus € 11,– onbelast mogen worden gegeven, waardoor het verschil tussen de werkelijke korting van € 35,– en € 11,–, zijnde € 24,– belast zou zijn als loon. De staatssecretaris geeft echter aan dat eerst de algemene regeling voor verstrekkingen van toepassing is. Dit pakt als volgt uit.
Het verschil tussen € 55,– (abonnementsprijs) en € 30,– (de uitgaven van vergelijkbare personen aan dagbladen), oftewel € 25,–, behoort tot de vrije verstrekkingen op grond van de algemene regeling voor verstrekkingen. Niet vrij op grond van deze algemene regeling is € 30,–. Op grond van de regeling voor producten uit eigen bedrijf behoort tot de vrije verstrekkingen echter ook nog 20% van € 55,–, oftewel € 11,–. Er resteert nog een bedrag van € 19,–. Op dit bedrag komt de eigen bijdrage van de werknemer van € 20,– in mindering, echter niet verder tot nihil. Per saldo hoeft dus niets tot het loon te worden gerekend!
Consumpties tijdens werktijd


Kostenvergoeding consumpties tijdens werktijd
- Een werkgever mag een belastingvrije vergoeding geven voor kosten van koffie en dergelijke kleine consumpties tijdens werktijd, het koffiegeld.
- De belastingdienst beschouwt de koffiegeldvergoeding aan werknemers als vrije vergoeding. De werkgever hoeft op deze vergoeding geen loonbelasting en premies volksverzekeringen in te houden en af te dragen. Voor de werknemersverzekeringen geldt eveneens dat de vergoeding niet als loon wordt aangemerkt.
- De vrijstelling geldt ook voor verstrekkingen van kleine consumpties tijdens werktijd, zoals de gratis verstrekking van koffie en thee. In dat geval geldt wel de voorwaarde dat de consumpties geen deel uitmaken van een maaltijd tijdens werktijd of lunchtijd (of koffiepauze) en dat de werknemer dergelijke consumpties ook tijdens de werktijd kan nuttigen.


Bewijslast
Van belang is dat de belastingdienst eisen heeft gesteld aan de hoogte van de vergoeding van koffiegeld. Dit komt neer op een bepaalde bewijslast voor de werkgever. Als de werkgever tot een bedrag van € 2,75 per week, dan wel € 0,55 per dag aan zijn werknemers vergoedt, hoeft de werkgever geen bewijs te overleggen dat de betreffende werknemers deze kosten ook daadwerkelijk hebben gemaakt. Deze bedragen kan de werkgever dus vrij vergoeden. Soms komt het echter voor dat de werknemer hogere kosten voor koffie en dergelijke moet maken dan de hiervoor genoemde – vrij te vergoeden – bedragen. De werkgever mag ook deze hogere kosten vrij vergoeden. De werkgever moet dan wel aan de hand van bonnen en reçu's kunnen aantonen dat de betreffende werknemer deze hogere kosten ook daadwerkelijk heeft gemaakt. Op de werkgever rust in deze situatie dus de bewijslast. De bewijsregel is niet van toepassing wanneer aan de werknemer consumpties tijdens werktijd worden verstrekt.
Maaltijden in bedrijfskantines


Kostenvergoeding maaltijden in bedrijfskantines
- Als een werknemer van zijn werkgever een maaltijd ontvangt, heeft hij een voordeel doordat hij de kosten van een maaltijd uitspaart. Dit voordeel is in principe belast.
- De wet kent in bepaalde gevallen vrijstellingen voor verstrekkingen (en vergoedingen) van maaltijden. Voor zover de verstrekking van een maaltijd niet is vrijgesteld, moet in het algemeen de waarde ervan in het economisch verkeer bij het loon worden geteld.
- Een van de bijzondere vrijstellingen betreft de verstrekking van maaltijden in een bedrijfskantine of een andere soortgelijke ruimte op de plaats waar de arbeid wordt verricht, zoals een vergaderkamer (de kantineregeling). De vrijstelling geldt alleen voor verstrekkingen, niet voor vergoedingen.
- De waarde in het economisch verkeer van een kantinemaaltijd wordt gesteld op een forfaitair bedrag. Een eventuele eigen bijdrage van de werknemer mag op dit forfaitaire bedrag in mindering worden gebracht.
- De toepassing van de hierna vermelde forfaitaire bedragen is verplicht. De verschuldigde loonheffing mag de werkgever desgewenst voldoen via de eindheffing tegen het (gebruteerde) tabeltarief. De belastingheffing komt dan voor rekening van de werkgever. De werknemer mag de afgedragen belasting dan niet verrekenen in zijn aangifte inkomstenbelasting.
| Waarde van
| Per maaltijd (cijfers 2010)
|
| Warme maaltijd
| € 4,20
|
| Koffiemaaltijd (lunch)
| € 2,20
|
| Ontbijt
| € 2,20
|
Deze bedragen gelden ook voor de premieheffing werknemersverzekeringen.
Maaltijden met een zakelijk karakter
Een andere bijzondere vrijstelling betreft de verstrekking of vergoeding van maaltijden waarbij het zakelijk karakter van meer dan bijkomend belang is. Dit zijn bijvoorbeeld de broodjes tijdens een vergadering of de door de werkgever verstrekte maaltijden bij de wekelijkse koopavond of bij overwerk. Ook zakendiners en -lunches en de tijdens dienstreizen door ambulante werknemers gebruikte maaltijden vallen eronder.


Kostenvergoeding maaltijden met een zakelijk karakter
Een vergoeding of verstrekking van maaltijden is onbelast als de maaltijden een meer dan bijkomstig zakelijk karakter hebben. Van een maaltijd met een meer dan bijkomstig zakelijk karakter is sprake bij:
- al dan niet verwacht overwerk of werk op koopavonden;
- dienstreizen;
- reizen van ambulante werknemers, zoals vertegenwoordigers en accountants;
- zakelijke besprekingen met klanten buiten de vaste werkplek;
- werkzaamheden op niet-permanente locaties, zoals bij het werk van wegenbouwers, bouwvakkers en medewerkers van een filmcrew;
- werkzaamheden aan boord van vliegtuigen, schepen, boorplatforms of kermiswagens.
Als een werknemer door zijn werk tussen 17.00 en 20.00 uur niet thuis kan eten, is er in elk geval sprake van een meer dan bijkomstig zakelijke maaltijd.
Als een werkgever die maaltijden vergoedt, kan de werkgever de werkelijke kosten ervan vergoeden. De werkgever mag echter ook aansluiten bij de normbedragen voor maaltijden in bedrijfskantines (€ 2,20 per lunch en € 4,20 per warme maaltijd). Het maakt daarbij niet uit waar de werknemer de kosten voor de maaltijd heeft gemaakt. Bijvoorbeeld:
- in een restaurant;
- bij een bakker voor bijvoorbeeld kant-en-klare (luxe) broodjes;
- in een supermarkt waar de werknemer inkopen doet voor een lunch die hij direct nuttigt of de volgende dag mee van huis neemt.
Vergoedingen of verstrekkingen van maaltijden waarbij het zakelijk belang ontbreekt of slechts bijkomstig is, zijn steeds volledig belast. In geval van een verstrekking zal dan een bedrag bij het loon moeten worden geteld ter hoogte van de waarde van de maaltijd in het economisch verkeer. Deze waarde zal volgens de hiervoor weergegeven algemene waarderingsregels moeten worden bepaald. Voor dit geval bestaat geen bijzondere waarderingsregel. De loonheffingen moeten in dit geval normaal op het loon worden ingehouden.
Therapeutisch mee-eten
Er bestaat nog een aparte vrijstelling voor werknemers die werkzaam zijn in de geestelijke of lichamelijke gezondheids- of welzijnszorg. De waarde van aan hen in verband met therapeutisch mee-eten verstrekte maaltijden is onbelast. Van therapeutisch mee-eten is sprake als de werknemers op grond van opvoedkundige of therapeutische overwegingen of op grond van overwegingen van resocialiserende aard deelnemen aan maaltijden met de aan hun zorg toevertrouwde patiënten, pupillen of bewoners. De werknemers moeten bovendien op grond van hun arbeidsovereenkomst of ambtelijke aanstelling tot het therapeutisch mee-eten verplicht zijn. Ook deze vrijstelling geldt alleen voor verstrekkingen.
Bewassing, energie en water
Als de werkgever zorgt voor bewassing, energie of water, heeft de werknemer een voordeel doordat hij de kosten daarvan uitspaart. Dit voordeel is in principe belast. Als de verstrekking van bewassing, energie of water nodig is voor een behoorlijke vervulling van de arbeidsovereenkomst, wordt slechts een vast bedrag bij het loon geteld en is de waarde daarboven onbelast. Hetzelfde geldt voor vergoedingen. De bedragen die in deze gevallen als loon worden belast, zijn (2010):
- voor bewassing: € 13,50 per maand (€ 3,– per week, € 0,60 per dag);
- voor energie ten behoeve van verwarmingsdoeleinden: € 72,– per maand (€ 16,50 per week, € 3,30 per dag);
- voor energie ten behoeve van kookdoeleinden: € 39,75 per maand (€ 9,25 per week, € 1,85 per dag);
- voor energie ten behoeve van andere dan verwarmings- en kookdoeleinden: € 14,– per maand (€ 3,25 per week, € 0,65 per dag);
- voor water: € 6,– per maand (€ 1,50 per week, € 0,30 per dag).
Inwoning
Bij inwoning geldt dat een vergoeding of verstrekking maar tot een vast bedrag belast is en daarboven vrijgesteld. Evenals bij een verstrekking of vergoeding van bewassing, energie en water is deze regeling alleen van toepassing als de inwoning door de werknemer met het oog op een behoorlijke vervulling van de arbeidsovereenkomst nodig is. Van inwoning is niet alleen sprake als de werknemer bij de werkgever in huis woont of, zoals een militair, in een kazerne, maar ook als de werknemer wordt ondergebracht in een hotel.
Het voor de inwoning bij het loon te tellen bedrag is in 2010 € 157,50 per maand, (€ 36,25 per week of € 7,25 per dag). De bedragen worden verhoogd als ook gezinsleden van de werknemer inwonen. De verhoging bedraagt:
- voor ieder gezinslid dat aan het begin van het jaar 18 jaar of ouder is: 80%;
- voor ieder gezinslid dat aan het begin van het jaar 12 jaar of ouder maar nog geen 18 is: 50%;
- voor ieder gezinslid dat aan het begin van het jaar jonger dan 12 jaar is: 30%.
Ontvangt de werknemer ook maaltijden, dan moeten deze afzonderlijk bij het loon worden geteld volgens de regeling voor zakelijke maaltijden.
Huisvesting aan boord van schepen en baggermateriaal, op boorplatforms en in kermiswagens
Voor huisvesting aan boord van schepen en baggermateriaal, op boorplatforms en in kermiswagens geldt een afwijkende vrijstelling. Deze geldt uitsluitend voor verstrekkingen. Het als loon bij te tellen bedrag moet worden bepaald volgens een aparte tabel. Voor zover de waarde van de huisvesting meer is, is deze vrijgesteld. Deze tabel vindt u hier op de site van de belastingdienst.
Vrij wonen


Kostenvergoeding vrij wonen
- Als een werkgever aan een werknemer gratis of tegen een lage huur een woning ter beschikking stelt, heeft de werknemer een voordeel doordat hij minder woonkosten heeft. Dit voordeel is als loon belast.
- Het belastbare voordeel wordt gesteld op de economische huurwaarde van de woning, minus de betaalde huur.
- De economische huurwaarde is het bedrag waarvoor de woning onder normale omstandigheden zou kunnen worden verhuurd. Dit bedrag kan worden vastgesteld door de woning te vergelijken met woningen van hetzelfde of een vergelijkbaar type in dezelfde of een vergelijkbare naburige gemeente die onder normale omstandigheden worden verhuurd. Bij de bepaling van de economische huurwaarde moet ook rekening worden gehouden met de huurprijswetgeving. Heeft de werkgever de woning zelf tegen normale condities gehuurd, dan kan de economische huurwaarde worden gesteld op de door hem verschuldigde huurprijs. Door de jaarlijkse wettelijke huurverhoging die per 1 juli plaatsvindt, kan de economische huurwaarde midden in het jaar veranderen. Met die gewijzigde huurwaarde moet voor de loonbelasting en premieheffing direct rekening worden gehouden.
- Ook de verstrekking of vergoeding van een woning aan een werknemer voor de behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking is loon. Hiervan is sprake als de werknemer vanwege zijn arbeidsovereenkomst in de woning moet wonen, zoals een portier in een portierswoning of een dominee in de woning van de kerk. De waarde van een dergelijke woning is gelijk aan 18% van het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking dat de werknemer met een overeengekomen vaste arbeidsduur op jaarbasis geniet. Bij een vaste arbeidsduur van minder dan 36 uur per kalenderweek moet men het loon herrekenen tot 36 uur. Het bedrag dat uitgaat boven deze waarde mag u onbelast vergoeden of verstrekken.
- Als een werknemer de beschikking krijgt over een woning waarvan de forfaitaire waarde meer is dan het bedrag waarvoor hij zelf een woning zou huren, is het bedrag dat de werknemer op zijn woonkosten bespaart, in werkelijkheid geringer dan de forfaitaire waarde van die woning. Is die besparing aanmerkelijk lager, dan kan de werknemer aan de belastingdienst vragen om het voordeel bij beschikking vast te stellen op de lagere besparingswaarde. Deze mogelijkheid bestaat alleen als de werknemer vanwege zijn arbeidsovereenkomst in de woning moet wonen.
- Als het belastbare voordeel mag worden gesteld op de hiervoor genoemde forfaitaire waarde, is het verschil met de economische huurwaarde onbelast. Uit de rechtspraak blijkt dat het bedrag van de besparing in ieder geval aanmerkelijk lager is als het minder dan 4/5 van de forfaitaire waarde bedraagt. Als de aanvraag wordt toegewezen, ontvangt de werknemer een beschikking die hij moet afgeven aan zijn werkgever. De werkgever moet de beschikking bij de loonadministratie bewaren. Deze kan vanaf dat moment met de beschikking rekening houden bij de berekening van de af te dragen loonheffingen. Als blijkt dat de beschikking niet (meer) juist is, kan de inspecteur deze herroepen. Heeft de werkgever van de werknemer geen beschikking ontvangen, dan moet hij voor de loonbelasting en premieheffing uitgaan van de forfaitaire waarde. De regeling geldt ook voor vergoedingen.


Verplichte bewoning
Jan heeft met werkgever X een arbeidsovereenkomst. Jan is portier en moet volgens de arbeidsovereenkomst de woning bij de entree van het bedrijfsterrein bewonen.
Tijdelijke huisvesting van de werknemer buiten zijn woonplaats
Een werknemer kan in verband met een detachering of de aanvaarding van een nieuwe arbeidsovereenkomst genoodzaakt zijn tijdelijk huisvesting buiten zijn woonplaats te zoeken.


Kostenvergoeding tijdelijke huisvesting werknemer
- Bij tijdelijke huisvesting kan de werkgever zijn werknemer gedurende een periode van maximaal twee jaar belastingvrij de huisvesting vergoeden. Dit geldt ook voor verstrekkingen van tijdelijke huisvesting.
- Voor de vrijstelling of aftrek is de aard van de tijdelijke huisvesting niet aan de orde. Het kan zowel een hotel of pension als een camping of een vakantiehuisje betreffen. Ook een gehuurde of gekochte flat of andere woonruimte kan als tijdelijke huisvesting dienstdoen. Wel moet het in alle gevallen gaan om een verblijfplaats die niet de hoofdverblijfplaats van de werknemer is. Dit is het geval als de werknemer nog over woonruimte elders beschikt waar zich het middelpunt van zijn leven bevindt. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als het gezin van de werknemer in een andere plaats woont en de werknemer regelmatig, bijvoorbeeld ieder weekeinde, naar deze plaats terugkeert.
- Als een werknemer op de plaats waar hij werkt op kamers verblijft of 'intern' is, mag de werkgever de reiskosten in verband met periodiek gezinsbezoek belastingvrij vergoeden volgens de regeling voor dienstreizen. Dit betekent dat hij de reiskosten per openbaar vervoer volledig belastingvrij mag vergoeden en autokosten tot een bedrag van € 0,19 per km.


Verblijf in hotel of pension
Bij verblijf in een hotel of pension behoren de kosten van maaltijden niet tot de kosten van tijdelijke huisvesting. Een werkgever kan deze kosten belastingvrij vergoeden of verstrekken volgens de regeling voor zakelijke maaltijden.
Verhuiskosten
Een werkgever kan aan een werknemer die in verband met zijn arbeidsovereenkomst verhuist, de verhuiskosten belastingvrij vergoeden. Dit geldt zowel bij overplaatsing als bij aanvaarding van een nieuwe arbeidsovereenkomst.


Onkostenvergoeding verhuizen
Verhuiskostenvergoeding (2010)
Een werkgever mag een verhuiskostenvergoeding geven van maximaal € 7.750,–. Dit vaste bedrag mag verhoogd worden met de werkelijke kosten van het overbrengen van de inboedel.
De vergoeding van maximaal € 7.750,– is bedoeld voor alle andere kosten van de verhuizing dan de transportkosten van de inboedel, bijvoorbeeld herinrichtingskosten. De werkgever en de werknemer hoeven niet aan te tonen wat de werkelijke kosten zijn. Dit heeft tot gevolg dat een werkgever aan iedere werknemer die in verband met zijn arbeidsovereenkomst moet verhuizen, tot het wettelijke maximum onbelast een vergoeding voor verhuiskosten kan geven. De vrijstelling geldt ook voor verstrekkingen, bijvoorbeeld als de werkgever de transportkosten van de inboedel rechtstreeks aan de verhuizer betaalt.
Hierbij geldt wel de voorwaarde dat de werknemer verhuist in verband met de arbeidsovereenkomst. Er is daarbij uitsluitend nog sprake van een verhuizing in het kader van de dienstbetrekking als de werknemer binnen twee jaar na aanvaarding van de nieuwe dienstbetrekking dan wel binnen twee jaar na overplaatsing binnen de bestaande dienstbetrekking verhuist naar een woning binnen tien kilometer van zijn arbeidsplaats, terwijl hij daarvoor op een afstand van meer dan 25 kilometer van zijn arbeidsplaats woonde.
Tot de verhuiskosten die belastingvrij kunnen worden vergoed, behoren niet de aan- en verkoopkosten van de nieuwe, respectievelijk de oude woning van de werknemer. Als de werkgever deze kosten vergoedt, is de belasting over deze vergoeding voor rekening van de werkgever. De belasting wordt dan geheven naar het enkelvoudige tarief, dat wil zeggen dat deze niet wordt gebruteerd.
Een vergoeding van de vermogensschade die een werknemer heeft doordat hij in verband met de verhuizing zijn oude woning met verlies moet verkopen, behoort niet tot de verhuiskosten die de werkgever belastingvrij kan vergoeden. Een vergoeding van deze schade is steeds integraal belast en is voor de werknemer gewoon loon in geld.


Vrijstelling verhuiskosten
De vrijstelling geldt ook voor verstrekkingen, bijvoorbeeld als de werkgever de transportkosten van de inboedel rechtstreeks aan de verhuizer betaalt.
Vrij reizen, fiets en reiskosten
Zie Fietsregeling woon-werkverkeer voor meer informatie over vervoer.
Cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke
De kosten van cursussen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke waaraan een werknemer deelneemt, kan de werkgever volledig belastingvrij aan hem vergoeden, mits dit redelijk is. Tot deze kosten behoren ook de in verband met de deelneming aan de cursus gemaakte reis- en verblijfkosten. Voor zover de reiskosten betrekking hebben op het gebruik van een eigen auto door de werknemer, mag de werkgever de kosten belastingvrij vergoeden tot een bedrag van maximaal € 0,19 per km. De vrijstelling geldt ook voor verstrekkingen.
Opleidingen
Een werkgever kan, mits redelijk, een werknemer ook de kosten van een opleiding of studie volledig belastingvrij vergoeden. De werknemer moet de opleiding of studie dan wel volgen met het oog op het verwerven van arbeidsinkomen. De vrijstelling geldt niet voor zover de vergoeding betrekking heeft op de kosten van een werk- of studeerkamer. Voor zover de vergoeding betrekking heeft op autokosten, is zij vrijgesteld tot een bedrag van maximaal € 0,19 per km. De regeling geldt ook voor verstrekkingen.
Deze regeling geldt sinds 1 januari 2009 ook voor de kosten van een EVC-procedure. Een EVC-procedure is een procedure ter erkenning van verworven competenties. Deze stelt vast welke competenties iemand bijvoorbeeld heeft opgedaan door werkervaring. Een en ander resulteert in een ervaringscertificaat. Het volgen van een EVC-procedure draagt bij aan de arbeidspotentie van de werknemer. Als de werkgever de kosten van een EVC-procedure voor zijn rekening neemt, kan hij bovendien de afdrachtsvermindering voor de EVC-procedure ten bedrage van € 325,– (bedrag 2010) claimen.
Outplacement
De werkgever kan de kosten voor een outplacementtraject onbelast vergoeden. Ook de verstrekking van outplacementfaciliteiten wordt niet tot het loon gerekend. Outplacement is het geheel van diensten en adviezen voor de werknemer om op zo kort mogelijke termijn een passende nieuwe werkkring te vinden. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook sollicitatiekosten.
Een prepensioencursus die vergelijkbaar is met outplacement, is vrijgesteld. Als deze cursus een meer recreatief karakter heeft, kan deze wel belast zijn.
Premies voor een ongevallenverzekering


Kostenvergoeding premies ongevallenverzekering
- Bij een door de werkgever afgesloten ongevallenverzekering heeft de werknemer het voordeel dat de premies hem bespaard blijven en onbelast zijn.
- Sluiten de werknemers zelf een ongevallenverzekering af en vergoedt de werkgever vervolgens de verschuldigde premies, dan is de vergoeding in beginsel wél volledig belast.
- Op grond van een regeling in de Wet loonbelasting kan de vergoeding van premies van een ongevallenverzekering toch onbelast zijn, mits de verzekering uitsluitend recht geeft op een uitkering bij een ongeval tijdens het werk. Ook de verstrekking van een aanspraak op een dergelijke ongevallenverzekering (werkgever betaalt de premies) is dus onbelast.
Personeelsleningen


Kostenvergoeding personeelsleningen
- Bij een door de werkgever aan een werknemer gegeven laagrentende of renteloze lening, is het rentevoordeel voor de werknemer in principe belast als loon. Het belastbare voordeel is te stellen op het verschil tussen de rente die de werknemer zou hebben moeten betalen als hij een lening bij een bank of andere financiële instelling had afgesloten, en de rente die hij feitelijk betaalt. Hierbij is een gedeeltelijke en soms gehele vrijstelling mogelijk. De vrijstellingen gelden hoe dan ook niet voor vergoedingen van betaalde rente.
- In geval van een laagrente of renteloze personeelslening is in het algemeen als loon een bedrag belast ter hoogte van de in de Wet op de loonbelasting genormeerde rente, verminderd met de feitelijk door de werknemer betaalde rente. De wettelijke genormeerde rente bedraagt in 2010 2,5% (2009 4,9%, 2008 5,3%, 2007 4,7%). Vrijgesteld is dan het verschil tussen de marktrente en deze norm. Het rentevoordeel is echter geheel vrijgesteld, voor zover de werknemer de lening heeft besteed aan een doel waarvoor hij ook een onbelaste vergoeding of verstrekking had kunnen ontvangen. Heeft de lening in totaliteit betrekking op zo'n doel, dan is er ook sprake van een gehele vrijstelling.
- De rente- en kostenvoordelen uit personeelsleningen hoeven niet tot het loon te worden gerekend als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
- De werknemer verklaart schriftelijk aan de werkgever, onder vermelding van het bestedingsdoel en onder toevoeging van afschriften van aankoopbewijzen en kostennota's en dergelijke dat en in hoeverre de lening voor de inkomstenbelasting kan worden aangemerkt als een lening waarvan de rente en kosten aftrekbare kosten zijn in de zin van de eigen woningregeling.
- De werkgever bewaart de schriftelijke verklaring van de werknemer bij de loonadministratie.
- De werkgever vermeldt de toepassing van de goedkeuring in de aangifte loonheffingen.
Geldboeten
Een vergoeding voor een geldboete is steeds volledig belast als het gaat om een geldboete van een van de volgende soorten:
- geldboeten die zijn opgelegd door de Nederlandse strafrechter;
- geldsommen die zijn betaald ter voorkoming van strafvervolging in Nederland (het gaat hier om transactiesommen die worden betaald op grond van een schikking met politie, justitie of de belastingdienst);
- geldsommen die zijn betaald ter voldoening aan een voorwaarde verbonden aan een besluit tot gratieverlening;
- administratieve sancties die zijn opgelegd ingevolge de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (het gaat hier om bekeuringen wegens verkeersovertredingen); de loonbelasting is in dit geval voor rekening van de werkgever en wordt van hem geheven naar het tabeltarief, dat wil zeggen dat deze wordt gebruteerd;
- kosten van een naheffingsaanslag parkeerbelasting;
- kosten van het verwijderen van een wielklem.


Vergoeding geldboeten
Andere dan in de opsomming hiervoor genoemde geldboeten kunnen onbelast worden vergoed, mits wordt voldaan aan de algemene voorwaarden voor vrijstelling. Geldboeten die wel voor een onbelaste vergoeding in aanmerking kunnen komen, zijn bijvoorbeeld geldboeten opgelegd door een tuchtrechter of door een buitenlandse rechter. De vergoeding van een parkeerboete die een werknemer in België heeft moeten betalen tijdens een dienstreis, is bijvoorbeeld onbelast.
Misdrijven
Een werkgever mag een werknemer kosten die verband houden met een door de werknemer gepleegd misdrijf, niet belastingvrij vergoeden.


Kostenvergoeding in verband met misdrijven
- De regeling is van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- De werknemer moet bij onherroepelijke uitspraak door de strafrechter zijn veroordeeld of hebben voldaan aan de voorwaarden die door het Openbaar Ministerie of, bij fiscale delicten, de belastingdienst zijn gesteld om strafvervolging te voorkomen. Het is mogelijk dat het Openbaar Ministerie ter zake van een misdrijf heeft verklaard van strafvervolging te zullen afzien, maar dat het misdrijf wel wordt meegewogen bij de bepaling van de straf voor een ander misdrijf. In dit geval wordt degene die de misdrijven heeft gepleegd, ook ter zake van het misdrijf waarvoor geen strafvervolging heeft plaatsgevonden, onherroepelijk veroordeeld.
- De veroordeling moet hebben plaatsgevonden door de Nederlandse strafrechter of de transactievoorwaarden moeten zijn gesteld om in Nederland strafvervolging te voorkomen. De regeling geldt daarom niet bij een veroordeling door een buitenlandse strafrechter of bij transacties om strafvervolging in het buitenland te voorkomen.
- De veroordeling of de transactie moet betrekking hebben op een misdrijf. De regeling geldt niet als het gaat om een overtreding.
- De kosten van misdrijven die niet belastingvrij mogen worden vergoed, kunnen ook kosten betreffen die, als zij geen betrekking zouden hebben op een misdrijf, wel belastingvrij zouden mogen worden vergoed. Te denken valt aan reiskosten en de kosten van een computer of van gereedschap. Een werkgever zal ervan mogen uitgaan dat een werknemer dergelijke kosten niet in verband met een misdrijf heeft gemaakt, zodat hij ze volgens de desbetreffende regels belastingvrij kan vergoeden. Komt een onherroepelijke veroordeling of transactie pas tot stand nadat de werkgever de vergoeding heeft verstrekt, dan wordt de vrijstelling alsnog ongedaan gemaakt. De onherroepelijke veroordeling of transactie moet dan wel totstandkomen in het jaar waarin de vergoeding is verstrekt of de vijf jaren erna.
- Bepaalde kosten die verband houden met criminele activiteiten, zijn afzonderlijk van belastingvrije vergoeding uitgesloten. Het betreft de kosten van wapens en munitie en agressieve dieren. Deze kosten zijn in het algemeen van belastingvrije vergoeding uitgesloten, dus ook als zij geen verband houden met een misdrijf waarvoor de werknemer onherroepelijk is veroordeeld of als de werknemer op een transactievoorstel is ingegaan.
- Kosten van wapens en munitie kunnen echter wel belastingvrij worden vergoed als ter zake een erkenning, consent, vergunning, verlof of ontheffing krachtens de Wet wapens en munitie is verleend. Er is dan van verboden wapenbezit geen sprake.
- De uitsluiting van belastingvrije vergoeding van de kosten van agressieve dieren geldt alleen voor de kosten van dieren en categorieën van dieren als bedoeld in de Regeling agressieve dieren. Dit zijn bijvoorbeeld pitbullterriërs. De uitsluiting geldt niet als voor de desbetreffende dieren op grond van die regeling een dierenpaspoort is afgegeven.
De regeling geldt niet alleen voor vergoedingen, maar ook voor verstrekkingen die verband houden met misdrijven. Te denken valt aan de verstrekking van verboden wapens.
Modelovereenkomst telefoon
Modelovereenkomst telefoon
Download: mc4420_modelovere (doc)
Overeenkomst telefoon
- ........ (hierna de werkgever) en ........ (hierna de werknemer) komen het volgende overeen.
- De werkgever betaalt met ingang van ..-..-.... de kosten van de telefoonnota van de werknemer. Het betreft de kosten van telefoonnummer .......
- De werknemer betaalt een deel van de telefoonnota zelf. Deze eigen bijdrage bedraagt ..% van de telefoonrekening.
- Als de telefoonnota meer bedraagt dan € ....., komt het deel van de nota boven dit bedrag geheel voor rekening van de werknemer, tenzij de werkgever en de werknemer vooraf schriftelijk anders overeenkomen.
- De werknemer verklaart dat het zakelijke gebruik van de telefoon meer is dan 10%. Indien op enig moment blijkt dat dit gebruik lager is dan voornoemd percentage, komen alle loonheffingen ter zake van deze vergoeding, voor wat betreft het werknemersdeel, geheel voor rekening van de werknemer.
- De werknemer stemt ermee in dat de werkgever de onder punt 3 en punt 4 bedoelde bedragen op het nettoloon van de werknemer inhoudt.
- Alle nadelen voor de werkgever die voortvloeien uit het niet-nakomen van de hier overeengekomen verplichtingen door de werknemer, kan de werkgever op de werknemer verhalen.
Aldus overeengekomen op ..-..-...., te ........
| Handtekening werkgever:
| Handtekening werknemer:
|
| ........................
| ........................
|
mc4420_modelovere (doc)
Modelbrief waardering mobiele telefoon
Modelbrief waardering mobiele telefoon
Download: mb6801_modelbrief (doc)
Aan de belastingdienst (regio) (kantoor)
....., .....
Geachte heer, mevrouw,
Ik ben voornemens mijn werknemers een mobiele telefoon ter beschikking te stellen. Zij mogen met deze telefoon wel/niet privé bellen.
De werknemers hebben de mobiele telefoon nodig voor hun werk, omdat ......
Ik verzoek u ermee akkoord te gaan dat de waarde van de mobiele telefoon in dit geval nihil bedraagt, aangezien het zakelijke gebruik meer is dan 10%.
Ik ben uiteraard bereid een nadere toelichting te geven.
Hoogachtend,
.....
(Handtekening)
...............
...............
...............
- Wat u hier invult, is afhankelijk van belastingdienstregio en belastingdienstkantoor.
- Plaats en datum.
- Dit is afhankelijk van wat van toepassing is.
- Indien van toepassing. Reden vermelden waarom de werknemers de mobiele telefoon nodig hebben, bijvoorbeeld het beroep vermelden.
- Het is zonder meer aan te bevelen zelf een specificatie van dit zakelijke gebruik voorhanden te hebben; deze specificatie kan op verzoek van de inspecteur dan overlegd worden.
- Naam en adres werkgever.
mb6801_modelbrief (doc)
Vraag en antwoord Geldboeten
Op welk bedrag moet het voordeel van een ontvangen maaltijd worden gesteld? Op het bedrag dat de werknemer zelf voor de ontvangen maaltijd zou hebben moeten betalen of op het bedrag van de besparing?
Dit bedrag kan (veel) lager zijn, bijvoorbeeld het verschil tussen de prijs van een diner in een restaurant en de kosten van de boterhammen die van thuis worden meegenomen. In het algemeen moet u uitgaan van de waarde van de maaltijd in het economisch verkeer; dit is de prijs die de werknemer zelf voor de ontvangen maaltijd zou hebben moeten betalen. De besparingswaarde mag alleen worden genomen als de verstrekking van de maaltijd geschiedt in verband met het werk.
Vraag en antwoord Voordeelbedrag door werkgever verstrekte maaltijd
Op welk bedrag moet het voordeel van een ontvangen maaltijd worden gesteld? Op het bedrag dat de werknemer zelf voor de ontvangen maaltijd zou hebben moeten betalen of op het bedrag van de besparing?
Dit bedrag kan (veel) lager zijn, bijvoorbeeld het verschil tussen de prijs van een diner in een restaurant en de kosten van de boterhammen die van thuis worden meegenomen. In het algemeen moet u uitgaan van de waarde van de maaltijd in het economisch verkeer; dit is de prijs die de werknemer zelf voor de ontvangen maaltijd zou hebben moeten betalen. De besparingswaarde mag alleen worden genomen als de verstrekking van de maaltijd geschiedt in verband met het werk.